REGLEMENT VOOR HET TOEKENNEN
VAN DE
EREPENNINGEN VAN HET GENOOTSCHAP zoals vastgesteld door de Algemene Vergadering van ]6 oktober
1937 te
Hilversum en laatstelijk gewijzigd door de Algemene Vergadering van 28
mei 1983
te Deventer.
1. Het Genootschap heeft twee
erepenningen
ingesteld met het doel deze uit te reiken aan degenen die zich
verdienstelijk
hebben gemaakt voor de Nederlandse numismatiek.
2. Van het toekennen van een penning wordt de beloonde door het bestuur
schriftelijk mededeling gedaan, houdende de gronden, waarop de
toekenning is
geschied. Hij wordt uitgereikt in de eerstvolgende Algemene Vergadering
van het
Genootschap. Het bestuur doet in de jaarlijkse Algemene Vergadering
verslag van
zijn werkzaamheden in dit opzicht.
De literatuurpenning
3. De eerste penning is een erepenning voor hen die door het schrijven
van één
of meer verhandelingen, verschenen of te verschijnen in het Jaarboek
voor Munt-
en Penningkunde, blijk hebben gegeven van degelijke wetenschappelijke
studie.
4. De penning wordt verleend in goud of in zilver, op stempels, daartoe
ter
herinnering aan het 40-jarig bestaan van het Genootschap ten geschenke
aangeboden door Jhr. Ir A.C. von Weiier.
5. De penning wordt toegekend door het bestuur, op voorstel van de
Commissie van
Redactie van het Jaarboek.
De penning van verdienste
6. De tweede penning is een erepenning voor hen die zich voor het
Genootschap of
voor de Nederlandse numismatiek in het algemeen zeer verdienstelijk
hebben
gemaakt.
7. Deze penning wordt verleend in brons. De stempels voor deze penning
zijn in
opdracht van het bestuur van het Genootschap ontworpen in het jaar
1982. De
voorzijde toont het opschrift Koninklijk Nederlands Genootschap voor
Munt- en
Penningku11de met de afbeelding van enige munten en penningen; op de
keerzijde
staat onder in het vlak de pijlenbundel als symbool voor het
Genootschap. In de
vrije ruimte daarboven wordt de naam van de betrokkene en het jaar van
de
uitreiking gegraveerd.
8. De penning wordt toegekend door het bestuur van het Genootschap.
Aldus vastgesteld door de
Algemene Vergadering
van 16 oktober 1937, gehouden te Hilversum, gewijzigd door de Algemene
Vergadering van 20 november 1954, gehouden te Haarlem, nader gewijzigd
door de
Algemene Vergadering van 28 mei 1983, gehouden te Deventer.