|
|
Jaarboeken van het GenootschapPublicaties van het GenootschapAl vanaf de oprichting van het Genootschap is het
uitgeven van publicaties één van de hoofddoelstellingen. In de eerste jaren
van het bestaan van het Genootschap (1892-1913) verscheen er elk kwartaal een
"Tijdschrift" met daarin wetenschappelijke artikelen en besprekingen.
Vanaf 1914 start het Genootschap met het éénmaal per jaar uitgeven van een
Jaarboek met vooral wetenschappelijke artikelen over numismatische onderwerpen
maar ook diverse kleinere berichten. Na de 2e Wereld Oorlog neemt de interesse
voor de numismatiek weer toe of is er in ieder geval sprake van een toenemende
activiteit: vanaf 1950 wordt er naast het Jaarboek weer een tijdschrift
uitgegeven met de naam De Geuzenpenning. De Geuzenpenning verschijnt
vanaf 1951 tot en met 1976 ieder kwartaal. Blijkens het colofon is het blad
vanaf de eerste aflevering een uitgave van zowel het Koninklijk Nederlands Genootschap voor
Munt- en Penningkunde als van de Vereniging voor Penningkunst. In januari 1966
wordt het uiterlijk van het blad vernieuwd. In 1972 verschijnt er naast de Geuzenpenning een nieuw blad, de Florijn genaamd. Dit blad
verschijnt vijf keer per jaar als uitgave van de "Federatie van
Numismatische Kringen". De JaarboekenÉén van de belangrijkste redenen om lid te worden van het Genootschap, is voor velen het Jaarboek. Zoals gezegd startte het Genootschap in 1914 met het uitgeven van Jaarboeken. Omdat in 1914 werd gestart met nummer 1 is in het jaar 2000 nummer 87 verschenen. Het Jaarboek bevatte in de eerste decennia grote en kleine artikelen. Vooral sinds de start van het blad De Beeldenaar is er een globale verdeling tussen het Jaarboek en De Beeldenaar. De artikelen in het Jaarboek bestaan vooral uit uitgebreide en wetenschappelijke stevig onderbouwde artikelen, waarbij een wetenschappelijke redactie ook zorg draagt voor een evenwichtige beoordeling. Publicaties in het blad De Beeldenaar zijn veelal kortere bijdragen met een hogere actualiteitswaarde en waarbij ook de discussie eventueel via de pen gevoerd mag worden. Verschijnen van het JaarboekSinds 1914 is het tijdig verschijnen van het
Jaarboek een bijna permanente zorg geweest. Een voortdurend spanningsveld is de
behoefte van de redactie om met name het wetenschappelijk gehalte van de
artikelen te bewaken, terwijl leden en bestuur toch vooral de tijdige
verschijning van het Jaarboek van belang vinden (uiteraard wel met in achtneming
van de wetenschappelijke eisen). Het gevolg was en is een
verschijningsachterstand die varieerde tussen de 1 en 4 jaar. De laatste jaren
is een inhaalslag gemaakt door de redactie en anderen om de wel zeer forse
achterstand grotendeels of volledig in te lopen. Het streven is om de komende
jaren te komen tot een situatie waarbij het Jaarboek voor het einde van het
betreffende kalenderjaar verschijnt. Wie ontvangen de JaarboekenVanaf het moment dat een aspirant-lid is
toegelaten door de Algemene Ledenvergadering, ontvangt hij/zij de Jaarboeken die
vanaf dat moment verschijnen. Oudere Jaarboeken
|