Zelf schrijven voor het Jaarboek

In het Jaarboek worden artikelen gepubliceerd die op basis van hun omvang en inhoud in aanmerking komen. De daarvoor benoemde Jaarboekredactie beoordeelt en bewerkt artikelen die voor publicatie worden aangeboden. 

Bij vragen, opmerkingen etc., neem contact op met de Jaarboekcommissie:  jaarboek@munt-penningkunde.nl

Instructies voor auteurs

De redactiecommissie van het Genootschap streeft voor het Jaarboek een hoog niveau na. Inhoud en vorm kunnen elkaar versterken, omgekeerd kan vorm afbreuk doen aan inhoud. Manuscripten worden daarom niet alleen beoordeeld op hun wetenschappelijke merites, maar ook zorgvuldig bewerkt volgens een samenstel van 'huisregels'. Voor wat betreft het uiterlijk van een artikel is voor (potentiële) auteurs belangrijk dat zij rekening houden met het volgende:

  • Het ter publicatie aangeboden werk dient niet eerder te zijn of te worden gepubliceerd en niet elder te worden beoordeeld voor mogelijke publicatie.
     
  • Kopij dient in eerste instantie te worden aangeleverd op papier; nadat een eerste beoordeling door de redactie (en eventuele daaropvolgende bewerking door de auteur) heeft plaatsgevonden, wordt een elektronische versie gevraagd (bij voorkeur in MS WORD).
     
  • Voor de pagina-instelling moet een linkermarge van circa 5 cm worden aangehouden
     
  • Lettertype bij voorkeur Times New Roman 12 punts
     
  • Taal: Nederlands, Engels, Frans of Duits; bij een niet-Nederlands artikel wordt, naast de samenvatting in de taal waarin het is geschreven, een Nederlandse samenvatting gevraagd.
     
  • In de elektronische versie dienen opmaakinstructies zoals tabs, onderstrepen, uitvullen, automatische paginanummering zo min mogelijk te worden gebruikt volgorde van elementen artikel - bijlage - literatuurlijst - summary 

 

volgorde in vondstlijsten Ned - Eng - Fra - Spa - Port - Ital - Zwi - Dui - overige

titel letter: vet, niet kapitaal, twee tot vier punten groter dan gewone tekst

auteur letter: klein kapitaal; titels, predikaten, kwalificaties, waar werkzaam en verdere korte informatie komt in de rubriek De auteurs.

eerdere publ. bij publicatie elders of eerdere presentatie als lezing * na de auteursnaam. In de eerste voetnoot op de eerste pagina
* Bewerking van een voordracht gehouden op 7 januari 2003 tijdens het symposium Geld en Munten te Zilverberg.

summary van Nederlandstalige artikelen in het Engels. Maximaal 200 woorden.
Letter: klein (titel vet, maar zelfde corps).
Niet Nederlandstalige artikelen worden gevolgd door een samenvatting.

begin-noot (dankwoord) met * na de auteursnaam(en), voorafgaand aan de genummerde noten

bronvermelding JMP rechts onderaan op de openingspagina (klein, cursief), van hoofdtekst, noten en paginanummer gescheiden door één witregel

literatuurverwijzing in lopende tekst: auteursnamen + jaar tussen haakjes; of aan het eind van de zin: auteursnamen en jaar tussen haakjes; verwijzend naar alfabetische lijst achteraan artikel
voorbeeld: De studie van Van der Horst, Janssen en Klaassen (1952) toonde aan …..
… zilvergehalte laag was (Van der Horst, Janssen & Klaassen 1952).
Eventueel paginanummers vermelden na het jaartal van publikatie:
1952, 54-56), dus zonder p of blz.
Bij meerdere publicaties van dezelfde auteur(s) in hetzelfde jaar dit aangeven met een kleine letter na het jaartal
[voor de vormgeving van literatuurlijst zie aldaar]

noten onderaan de bladzijde en beperkt van omvang
- nootcijfer in de hoofdtekst uitsluitend aan eind van de zin, na de punt.
- noot : gescheiden van hoofdtekst door een streepje, gezet in kleine letter,
cijfer in de marge en noottekst ingesprongen
- iedere noot wordt begonnen met een hoofdletter en afgesloten met een
punt

eindnoten niet gebruiken, hiervoor dienen de "bijlagen".
alinea's : inspringen kleine alinea's : inspringen
grote alinea's : witregel
na witregel vooraan beginnen = niet inspringen

alinea's : koppen steeds beginnen met hoofdletter
grote kop : klein kapitaal, vet
gewone kop : onderkast, vet
kleine kop : onderkast, cursief
twee witregels tussen tekst en kop, één witregel tussen kop en tekst

hoofdstukken: kop kapitaal, vet

citaten cursief zonder aanhalingstekens, literatuurverwijzing of het verwijzende nootcijfer aan einde van zin

eigennamen namen van auteurs in onderkast, zonder voorletter. Namen van personen in onderkast, naar keuze met of zonder voorletter(s).

land- en streeknamen volgens de huidige spelling, dus Nederlandse Antillen en niet Nederlandsche Antillen.

titels Mr Drs Dr Prof Ds Jhr enzovoort zonder punt na de afkorting, altijd beginnen met hoofdletter.

hoeveelheden aanduidingen als g, mm, %, mk, gr, ƒ , £ , $ worden los van het bijbehorende getal geschreven, zonder punt; afgekorte aanduidingen als p/mk ("per mark") worden aan elkaar geschreven, eveneens los van het bijbehorende getal

cijfers en getallen in lopende tekst doorgaans voluit geschreven, tot maximaal 15
data cijfers en letters: "14 juli 1924"
afkortingen als "bijv.", "zgn.", "enz." niet gebruiken maar voluit schrijven; afkortingen van namen van instituten zijn acceptabel mits de eerste keer geplaatst tussen haakjes achter de voluit geschreven versie.
Zo nodig een lijstje van afkortingen op te nemen direct voorafgaand aan de literatuurlijst

voorwerpbeschrijving omschrijving van voorwerp in onderkast, vaste volgorde van onderdelen:
- munt: land, vorst+periode, muntnaam+jaar, munthuis [materiaal, formaat]
- biljet: land, uitgevende instantie, denominatie, emissie [hoofdkleuren, formaat]
- penning: medailleur, titel+jaar [materiaal, formaat]
per item desgewenst gevolgd door (literatuurverwijzing)
op volgende regel: aanduiding van (collectie en/of © cq foto-credits)
op daaropvolgende regel: eventueel verder commentaar in lopende zin
NB: materiaalaanduidingen niet in afkortingen of symbolen, maar steeds voluit
voorwerp : letter - omschrijving : onderkast
- commentaar (voornamelijk in catalogi) : klein
voorwerp : omschrift altijd klein kapitaal Times ongeacht de op het voorwerp gebruikte lettertypes
- spaties aan te brengen naar huidige interpretatie
- door afkorting ontbrekende tekstdelen in onderkast, niet tussen haakjes
- door slijtage of beschadiging ontbrekende tekstdelen weergeven door …
- afbrekingen van omschrift standaard niet aangeven; indien voor betoog of bewijsvoering nodig dan door / of - , steeds met spatie ervoor en erna
- interpunctietekens en initiaaltekens niet nabootsen maar hooguit omschrijven na het desbetreffende omschrift
- vertaling van omschrift tussen ronde haakjes met (=……) of ('…..')
voorbeeld
RENODDNIKOVO -> RENOD DNI KOVO (of : REiNOlDi DomiNI KOVOrdensis)
(en bij uitzondering : REN-ODD-NIK-OVO)
(of indien onleesbaar: R . . . D DNI K. . . .)

illustraties
elke illustratie aanleveren op een apart vel
indien een voorwerp vergroot of verkleind is wordt dit bij de
illustratie aangegeven met bijvoorbeeld X 2
in de lopende tekst vermelden: VOEG AFBEELDING X ONGEVEER HIER IN
goede zwart-wit foto of lijntekening; slechts bij uitzondering kan, na overleg met de redactie, een kleurenplaat worden opgenomen

illustratie-bijschriften aanleveren op een apart vel
beginnen met Figuur 1: daarna omschrijving van voorwerp in onderkast, beginnend met hoofdletter, met vaste volgorde van onderdelen:
- munt: land, vorst+periode, muntnaam+jaar, munthuis [materiaal, formaat]
- biljet: land, uitgevende instantie, denominatie, emissie [kleuren, formaat]
- penning: medailleur, titel+jaar [materiaal, formaat]
per item desgewenst gevolgd door literatuurverwijzing
op volgende regel: aanduiding van (collectie en/of © cq foto-credits)
op daaropvolgende regel: eventueel verder commentaar in lopende zin
materiaalaanduidingen niet in afkortingen of symbolen, maar steeds voluit

tabellen elke tabel aanleveren op een apart vel
in de lopende tekst vermelden: VOEG TABEL X ONGEVEER HIER IN

tabel-bijschrift bovenaan de tabel, beginnend met Tabel 1: tekst in onderkast, beginnend met hoofdletter.

stamboom een stamboom opnemen als tabel.

literatuurlijst
In Nederlandstalige artikelen aan einde van bijdrage, alfabetisch op auteursnaam (ook Belgische
auteurs op hoofdbestanddeel van hun familienaam: maatgevend is het al dan niet aan dat
hoofdbestanddeel vastschrijven van het voorzetsel)

monografieën en bundels
auteur / editor klein kapitaal, in voorkomend geval gevolgd door de aanduiding "ed." in onderkast
titel cursief
plaats + jaar onderkast, tussen haakjes (tussen plaats en jaar geen komma)
serie-titel onderkast, voorafgegaan door "=", alle hoofdwoorden met hoofdletter, volgnummer in arabische cijfers
voorbeeld: KLUGE, B. Deutsche Münzgeschichte von der späten Karolingerzeit bis zum Ende der Salier (Sigmaringen 1991).
BLACKBURN, M.A.S., METCALF, D.M. eds Viking-Age coinage in the Northern Lands (Oxford 1981) =British Archaeological Reports International Series 122.
bijdragen aan bundels
auteur klein kapitaal
voornamen afkorten tot initialen, voorletters vooraan plaatsen; namen van co-auteurs scheiden door schuine streep met spatie ervoor en erna
titel onderkast
naam editor klein kapitaal, met toevoeging "ed" in onderkast
plaats+jaar+serie onderkast, tussen haakjes, plaats+jaar besluiten met ";" en serie voorafgegaan door "=", alle hoofdwoorden met hoofdletter, volgnummer in Romeinse cijfers
voorbeeld: ILISCH, P. German Viking-Age coinage and the North. In: Viking-Age coinage in the Northern Lands BLACKBURN, M.A.S., METCALF, D.M. eds (Oxford 1981; =British Archaeological Reports International Series 122) 129-146
tijdschriftartikelen
auteur in klein kapitaal, voornamen afkorten tot initialen, voorletters na auteursnaam; namen van coauteurs scheiden door komma met spatie erna
titel onderkast, zonder aanhalingstekens
deel onderkast
jaargang onderkast, tussen haakjes
paginering onderkast
voorbeeld: ILISCH, P. Eine Serie westslawischer Münzen des 11. Jahrhunderts. Berliner Numismatische Forschungen 4 (1990) 7-12.
SUCHODOLSKI, S. Moneta polska w X/XI wieku. Wiadomosci Numizmatyczne 2 (1967) 67-193.

principes van de literatuuropgave
- volledige literatuurlijst opnemen, alfabetisch op auteursnaam (bijdragen zonder auteursnaam aangeven met ANONIEM)
- onderdelen van de titelbeschrijving van elkaar te onderscheiden door vaste typografische weergave, waaruit volgt dat gebruik van aanhalingstekens, komma's etcetera overbodig is
- in geval van meer titels van dezelfde auteur:
auteursnaam herhalen (dus niet aanhalen m.b.v. een streepje of de aanduiding "idem" o.i.d.). chronologisch op publicatiejaar (in geval van meer bijdragen van dezelfde auteur uit hetzelfde jaar deze onderscheiden door toevoeging van een kleine letter achter het jaartal)
- voornamen van auteurs afkorten tot initialen, voorletters na de auteursnaam plaatsen (komma na auteursnaam, titulatuur weglaten, namen van co-auteurs scheiden door komma's.
- in titels van boeken, bijdragen aan bundels en artikelen krijgt alleen het eerste woord (en een eigennaam) een hoofdletter, in geval van Engelstalige titels krijgen zelfstandige naamwoorden een hoofdletter; in Duitstalige titels worden meer hoofdletters gebruikt, namelijk daar waar die taal dat voorschrijft. Bij boeken altijd plaats van uitgave, maar niet de uitgever vermelden.
- serie-titels steeds vermelden
- aanduidingen van ISBN-nummers, kaarten, illustraties, formaten weglaten
- aanhalingstekens: niet gebruiken om de titel van een artikel te markeren, maar alleen daar plaatsen waar de auteur van het gebruikte artikel dat zelf gedaan heeft om een citaat in die titel weer te geven
- voor verwijzing naar publicaties op internet of CD-ROM zijn er nog geen gespecificeerde voorschriften.

gebruik van lettertypes in tekst (en koppen, literatuur en noten)
cursief: gereserveerd voor citaten (en voor kleine koppen, voor boektitels, voor tijdschrifttitels)
vet: eventueel te gebruiken voor verwijzingen naar bijlage, tabel, catalogus (en voor koppen)
klein corps: gereserveerd voor summary, opmerkingen in catalogus (en voor noten)
klein kapitaal: gereserveerd voor omschriften in tekst en catalogus (en voor auteurs in literatuurlijst)




voorbeeld literatuurlijst

BESTEMAN, J.C., BOS, J.M., HEIDINGA, H.A. Graven naar Friese koningen. De opgravingen in Wijnaldum (Franeker 1992).
VANDENBROUCKE ?
GRIERSON, P., BLACKBURN, M. Medieval European Coinage, I: The Early Middle Ages, 5th-10th centuries (Cambridge 1986).
MAN, M.G.A. DE Note sur un tiers de sou frappé dans une localité du nom de Ressons, Aisne-ou-Oise Tijdschrift voor Munt- en Penningkunde 11 (1903) 37-39.
MAN, M.G.A. DE Catalogus der numismatische verzameling van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (Middelburg 1907).
MAN, M.G.A. DE Uit het verleden van het munt- en penningkabinet van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het anderhalve-eeuwfeest van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen te Middelburg, 1769-1919 (Middelburg 1919) 67-94
MAN, M.G.A. DE Over eenige te Domburg gevonden merkwaardige munten Jaarboek voor Munt- en Penningkunde 13 (1926) 1-25.
MAN, M.G.A. DE De munten, tot nu toe op en in het strand bij Domburg gevonden, geven slechts bij benadering licht over de toenmalige bevolking en over den tijd dat de kuststreken zijn bewoond geweest. Met naschrift door P.J. van der Feen jr. Archief van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (1936) 1-16.
MANIFACIER, V. Catalogue des monnaies, méreaux, jetons et médailles de la collection Gariel au Musé e de la ville d'Auxerre (Auxerre 1908).
MARTIN, M. Trésors et trouvailles monétaire racontent l'histoire du Pays de Vaud (Lausanne 1973) =Bibliothèque Historique Vaudoise 50.
M. MARTIN, M. Das fränkische Gräberfeld von Basel-Bernerring (Basel 1976) =Basler Beiträge zur Ur- und Frühgeschichte 1.
MARTIN, M. Das spätrömisch-frühmittelalterliche Gräberfeld von Kaiseraugst, Kt. Aargau (Solothurn 1991) =Basler Beiträge zur Ur- und Frühgeschichte 5.
MARTIN, P.H. Neue Münzanhänger und Schmuckscheiben aus einem Grab des 5. Jahrhunderts in Baden Archäologische Nachrichten aus Baden 25 (1980) 33-36.
MAXE-WERLY, L. Études numismatiques à l 'époque mérovingienne Revue belge de Numismatique 45 (1889) 509-529 en 46 (1890) 5-33.
MEERT, C. Les monnaies mérovingiennes de l'atelier de Dinant. Revue belge de Numismatique 106 (1960) 267-284.
METCALF, D.M. Some finds of thrymsas and sceattas in England. British Numismatic Journal 56 (1986) 1-15.
METCALF, D.M. The availability and uses of gold coinage in England, c. 580-c. 670: Kentish primacy reconsidered Festskrift till Lars O. Lagerqvist. EHRENSVARD, U. e.a. eds (Stockholm 1989; =Numismatiska Meddelanden 37) 267-274
METCALF, D.M. Thrymsas and sceattas in the Ashmolean Museum in Oxford, I-II-III (London 1992, 1993).
MENSONIDES, S.S. Een 7e-eeuws gouden sieraad uit de dorpswierde van Ezinge Groningse Volksalmanak (1958) 117-123.
MEYNAERTS, J.P. Huit demi-sous et trois tiers de sou inédits Revue belge de Numismatique 1 (1842-1845) 119-122.
MÖLLER, J. Katalog der Grabfunde aus Völkerwanderungs- und Merowingerzeit im Sudmainischen Hessen, Starkenburg (Stuttgart 1987) =Germanische Denkmäler der Völkerwanderungszeit B.11.


Versie februari 2005.