Voorjaarsbijeenkomst te HARDERWIJK 
zaterdag 26 april 2008

Het Harderwijkse stadsmuseum leverde het sfeervolle decor voor de voorjaarsvergadering van het Koninklijk Neder- lands Genootschap voor Munt- en Penningkunde (KNGMP). Ruim zeventig leden vonden de weg naar het monumentale museumpand in de binnenstad van de oude Gelderse vissersplaats. De dag begon met een gezellige ontvangst met koffie/thee en een plak 'zeebeer', een lokale lekkernij, waarna de huishoudelijke vergadering volgde. Plaats van handeling was een mooie, maar snel opwarmende zaal met daarin prachtige apothekerskasten uit de collectie Wittop-Koning als decor.
De vergadering kende een rustig verloop. Jaarstukken werden in orde bevonden en twee bestuursleden werden herkozen voor hun tweede termijn. Daarnaast werden de aanwezigen geďnformeerd over de voortgang van de digitalisering van de jaarboeken. Daarnaast kwam het idee de najaarsvergadering weer in het Geldmuseum in Utrecht te laten plaatsvinden aan de orde. Behalve bijval kreeg dit voorstel ook enkele kritische noten. De lunch van vorig najaar was daarbij een steeds terugkerend thema... 
Na de tijdig afgehandelde huishoudelijke vergadering was het de beurt aan oud-bestuurslid Marcel van der Beek. Hij hield een boeiend betoog over de vermeende winstgevendheid van het Gelderse munthuis te Harderwijk in de zeventiende en achttiende eeuw. Zijn onderzoek naar de rekeningen van het munthuis leidde tot enkele verrassende conclusies. Zo bleek het muntrecht van het gewest Gelderland helemaal niet winstgevend te zijn geweest, maar moest er daarentegen per saldo geld hij. Toch bleef de Gelderse Munt geopend ...in hoop op betere tijden? Of om de Gelderse onafhankelijkheid te benadrukken? Een interessante bijstelling van het beeld van winstgevendheid dat onder andere Van Gelder van het Nederlandse muntbedrijf schetste. Op aperitief en lunch in hotel Baars was niets aan te merken. Sterker nog: het was allemaal uitstekend in orde.
Tevredenheid overheerste dan ook toen iedereen zich -ondanks het mooie weer- opnieuw verzamelde voor twee lezingen. Jos Benders bracht een doorwrocht verhaal over de middeleeuwse muntslag te Harderwijk. Door de hem zo eigen combinatie van archiefwerk, bestudering van munten en logisch nadenken, wist hij een aantal munten in een nieuwe context te plaatsen. Een nieuwe periodisering en toeschrijving van enkele stukken vormden het mooie resultaat (meer hier over in een volgende De Beeldenaar).

Walter Lodewijk, directeur van het Stadsmuseum, mocht de laatste lezing van deze dag houden. Geanimeerd vertelde hij over de rol van Wittop-Koning bij het tot stand komen van de collectie van het museum. Wittop-Koning (bij leven ook lid van het KNGMP) was zeer nauw betrokken bij het museum en vulde op geheel eigen wijze de museumcollectie aan met te Harderwijk geslagen munten en allerlei 'Harderwijkania', -met name betrekking hebbende op de voormalige universiteit. Met diverse anekdotes illustreerde Lodewijk de bijzondere band tussen Wittop-Koning en het museum. Het steevast tonen van zijn aanwinsten voor het museum bij agendapunt 'ingekomen stukken' was daarvan een karakteristiek voorbeeld. Na de lezingen kon voor de thee op eigen gelegenheid het museum bezichtigd worden. Vrijwilligers zorgden desgewenst voor toelichting. De verticaal (!) opgestelde munten werden uitgebreid bekeken en Theo Nissen verzorgde in een apart zaaltje een demonstratie van de gedigitaliseerde jaarboeken die ook veel bekijks trok. Na de thee konden de genootschapsleden eindelijk weer naar buiten: het was immers traditiegetrouw prachtig weer. De museumtuin had al menig -al dan niet rokende –numismaat voorbij zien komen gedurende de dag. Tot slot volgde een interessante stadswandeling onder leiding van enthousiaste vrijwilligers van het museum, waarna een kleine groep leden de borrel en het diner bij hotel Baars gebruikten. .



Verslag: Michiel Purmer (De Beeldenaar nr. 4, 2008)
Hij is penningmeester van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde.