Gezamenlijke bijeenkomst met de Verein der
Münzfreunde
für Westfalen und Nachbargebiete
Op 11 en 12 september 2004 was het
Genootschap te
gast op een "Freundschafts- und wissenschaftliches Arbeitstreffen"
georganiseerd door een Duitse zustervereniging, de Verein der Münzfreunde für
Westfalen und Nachbargebiete. De vlag van deze bijeenkomst dekte de
lading:
Arbeit in de vorm van maar liefst vijf lezingen, Wissenschaft vanwege
de hoge
kwaliteit van bijdragen en discussies, en Freundschaft gezien de goede
sfeer.
Het "Treffen" werd gehouden in het Huis Welbergen te Ochtrup. Dit huis
is in handen van de Bertha Jordaan-van Heek stichting, die onder meer
beoogt de
Duits-Nederlandse culturele betrekkingen te stimuleren.
In de eerste lezing betoogde
Hanfried Bendig dat
de daalders van het type Delmonte 785-787 geslagen zijn door de
Oost-Friese
muntmeester Dirk Iden Kruitmeester. Door de bestudering van tal van
deze
daalders en het vergelijken met Oost-Friese exemplaren bleek dat deels
dezelfde
ponsoenen waren gebruikt voor de productie. Contemporaine vermeldingen
van
"böse Taler" en het feit dat Kruitmeester in 1571 werd gearresteerd
vanwege valsmunterij zijn verdere aanwijzingen voor de juistheid van
Bendig's
stelling.
Professor Peter Berghaus liet zien
hoe de bekende
kunstenaar Peter Paul Rubens bij het ontwerpen van decoraties voor de
"Pompeuze Intrede" van Ferdinand van Oostenrijk te Antwerpen in 1643
uitgebreid gebruik maakte van motieven ontleend aan Romeinse munten. Jan
Pelsdonk vervolgde met een samenvatting van zijn studie naar
Nederlandse loodjes
(1). Deze loodjes hadden veel verschillende toepassingen, onder andere
als
kleingeld. Zijn lezing kreeg een groot aantal reacties. Met name voor
de
aanwezige Duitsers leek een nieuw numismatisch werelddeel open te gaan.
Na de lunch in een nabij gelegen restaurant
vervolgden Jos Benders en Marcel van der Beek met een lezing over de
grote
vondst goudmunten, die in 2003 bij de Munt- en Postzegelorganisatie is
geveild.
Marcel van der Beek presenteerde de resultaten van een detailstudie
naar de
Arnoldusgulden (Delmonte 604). Hij wist drie varianten van dit type te
onderscheiden door de uiterlijke kenmerken en gehalten van 300
exemplaren uit
genoemde vondst te onderzoeken. Jos Benders becommentarieerde daarna de
vondst
Kleef 1846 en dateerde daarbij de Gelderse munten op naam van "Hertog
Willem van Gulik en Gelre" in de jaren 1370 en 1380.
De laatste lezing werd verzorgd
door Peter Ilisch
en ging over Romeinse munten, die gevonden zijn in het Westfaalse
Borken. Dit
lag buiten het Romeinse rijk, maar uit de vondsten bleek dat daar tot
het einde
van de vierde eeuw Romeins geld werd geïmporteerd. De dag werd besloten
met een
bezichtiging van de voormalige Stiftskerk in Langenhorst en een
bijeenkomst in
een lokaal restaurant.
Op zondag ontving
burgemeester Franz-Josef
Kuss van Burgsteinfurt het gezelschap in het historische stadhuis. Hij
wees
daarbij op de vroegere en contemporaine relaties tussen de stad en de
Nederlanden. De dag werd besloten met een rondleiding door het Bagno
park door
de Günther Gromotka en een muzikale voorstelling door diens zoon Robert.
Noot 1:
Pelsdonk, J.E.L., Pennincxkens van loode; Een onderzoek naar in
Nederland
gevonden loden muntachtige voorwerpen uit de middeleeuwen en de 16e
eeuw,
aangevuld met een overzicht van de modernere penningen (Goudswaard
2003).