Voorjaarsbijeenkomst te Thorn 
zaterdag 24 april 2004

Net als 36 jaar eerder was het Genootschap op 24 april 2004 te gast in het Limburgse Thorn, het "witte stadje" met een rijk historisch verleden. Kasteelhoeve "De Grote Hegge" vormde de locatie van de voorjaarsvergadering en een tweetal lezingen.

 

De vergadering verliep voorspoedig. Voorzitter Frans Weijer bedankte Albert Scheffers voor zijn jarenlange inzet als voorzitter van de Stichting De Beeldenaar.  Theo Nissen, aangesteld als projectmanager bij De Beeldenaar, lichtte in hoofdlijnen het plan toe om dit blad weer conform oorspron­kelijke planning te laten verschijnen.
Acht nieuwe leden mochten worden verwelkomd.  

 

Voorzitter Frans Weijer en vice-voorzitter Marcel van der Beek werden herbenoemd en Erik van der Kam (assessor) werd opgevolgd door Jos Benders.

Na de vlot verlopen vergadering presenteerde ons lid Tom Passon in vogelvlucht de muntslag van de abdissen van Thorn. De lezing was gebaseerd op Passons's overzichts­werk De muntslag van de Rijksabdij Thorn (Zutphen, 2003[1]), blijkens de ondertitel een "Opzet tot het komen van een volledige catalogus van de munten te Thorn geslagen".

De abdij Thorn zou in 992 zijn gesticht door graaf Ansfried en zijn vrouw Hilsonde. Het vrouwenklooster ontwikkelde zich in de loop van de twaalfde eeuw tot een zogenaamd "wereldlijk stift": een kloostergemeenschap van adellijke dames. Vaak traden de vrouwen als jongedames in om na verloop van tijd te trouwen.

De eerste munten zouden stammen uit de elfde eeuw. Deze toeschrijvingen zijn echter onzeker. Niet ter discussie staat de muntslag van abdis Margaretha van Brederode (1531-1577): in de woelige periode 1555-1557 liet zij voor het eerst munten. Een breed scala aan gouden en zilveren munten werd geproduceerd. Zoals gebruikelijk voor hagemunten waren die vaak gemodelleerd naar van elders bekende voorbeelden, maar bevatten minder goud c.q. zuiver dan deze voorbeelden. Hoewel ook enkele kleine denominaties bekend zijn, sloeg men hoofdzakelijk daalders: daarop was blijkbaar de meeste winst te behalen. De muntslag leidde vanaf 1561 tot juridische perikelen. Toch werd onder meer in 1563 op grote schaal doorgemunt. In 1567 werd bepaald dat Thorn zich, net als veel andere muntende steden en heren in het huidige Nederland, aan de muntwetten van het Rooms-Duitse Rijk moest houden. In 1569 en 1570 zijn weer veel daalders en halve daalders geslagen. Kort daarna is de muntslag gestopt, althans voorlopig. Op initiatief van muntmeester Hendrik Wijntgens is vanaf 1613 weer op naam van abdis Anna van der Marck (1604-1631) geslagen. Nu ging het echter om de kleinere de­nominaties, van adelaarsschellingen van vier stuivers tot kopergeld als duiten en oorden.  

Na de lunch ging dr Raf Van Laere, archivaris te Hasselt en actief numismaat, met zijn lezing Officiële Munt - Hage Munt - Valse Munt, Waar begint valsemunterij? dieper in op de muntslag in de Maasregio. Uit deze streek zijn een dertigtal muntateliers bekend. Lokale heren probeerden om economische en status redenen te laten munten. Vaak is niet duidelijk of hier sprake is van officiële muntslag, hagemunterij of valsmunterij. Soms bezat men muntrecht, maar vaak probeerde men dit ook te herleiden uit andere rechten, zoals het tolrecht. Vaak claimde men dus te mogen munten, maar was de basis van het muntrecht omstreden. Hetzelfde betreft hun producten: die voldeden zelden aan de daaraan te stellen eisen.

De vage grens tussen hagemunters en valsmunters bleek toen uit de valsmunters­werk-plaatsen die in de kastelen van Kessenich en Rekem (Reckheim) zijn ontdekt. Ook was er sprake van uitgebre­ide netwerken van producten, transporteurs en afnemers. Van Laere pleitte dan ook voor meer onderzoek naar het monetaire belang van valsmun­ters en hagemunters: het bestaande beeld van de muntcirculatie is grotendeels gebaseerd op de productie van officiële ateliers, maar hoe belangrijk waren de andere munten? Detail-onderzoek naar munten die veel zijn vervalst zou ons meer kunnen leren over het relatieve belang van valse munten.




Het officiële programma werd besloten met een korte rondleiding door het zonnige Thorn, waarin opgenomen een diavoorstelling en bezoeken aan abdijkerk en aan het museum Het Land van Thorn. Tenslotte was er een borrel en afsluitend diner.

De dag kende slechts één dissonant: er is geen Limburgse vlaai geserveerd!. (verslag JB)



[1] BOEKJE: "DE MUNTSLAG VAN DE RIJKSABDIJ THORN"
In Thorn heeft Tom Passon een lezing gehouden over de muntslag van Thorn. Deze lezing was gebaseerd op zijn gelijknamig boekwerk over dit onderwerp uit 2003. In deze bundel van ruim 100 pagina's geeft hij een stukje algemene geschiedenis van Thorn en een geïllustreerde catalogus van de 63 tot heden bij hem bekende munttypen van de Rijksabdij. Deze catalogus bevat 75 pagina's en is uitgegeven door de Numismatische Kring Oost-Nederland en is te bestellen bij de Kring Oost Nederland via de mail: NKON@hetnet.nl . De kosten bedragen €12,50 + € 3,00 verzendkosten (Nederland) over te maken na ontvangst van boekje met nota.