Voorjaarsbijeenkomst te
's-HEERENBERG
zaterdag 23 april 2005
Voorjaarsbijeenkomst
KNGMP in Huis BERGH
Op
deze zonnige dag kwamen bijna 90 leden en introduce’s naar het
imposante
kasteel Bergh, een "Wasserburg" die eeuwenlang het stamslot was van de
heren van Bergh. Gedurende vele eeuwen oefenden zij het muntrecht uit.
Over de
uitoefening hiervan werden deze dag enkele primeurtjes verteld.
De huishoudelijke vergadering
begon met het herdenken van
vier overleden leden. Na goedkeuring van de notulen van de vorige
vergadering
werden vijftien nieuwe leden voorgedragen en "aangenomen". De gang van
zaken bij De Beeldenaar werd toegelicht: dankzij intensief werken
verschijnt het
blad inmiddels weer op tijd, waarbij met name Bert van Beek, Janjaap
Luijt, Jos
Benders en Theo Nissen cruciale inspanningen leverden. Redactioneel is
de
organisatie weer op orde, en de aandacht is verschoven naar financiële
en
operationele aspecten. De situatie bij het Jaarboek is zorgelijker:
weliswaar is
Jaarboek 88 (2001) naar de drukker voor de 1e drukproef en
ligt er
kopij voor een volgende Jaarboek, maar per saldo is de aanwezige achterstand
niet ingehaald. De fusieperikelen rond het GBM spelen hierbij een rol:
werknemers van de gefuseerde instellingen leverden in het verleden een
aanzienlijk deel van de kopij, maar lijken in de nabije toekomst andere
prioriteiten te moeten stellen. Een plan om een themanummer rond
muntvondsten te
publiceren wordt toegelicht en aangenomen, maar duidelijk is dat
verdere acties
nodig zijn om weer op tijd te gaan verschijnen.
Na dit agendapunt lichte de
penningmeester het financiële reilen en
zeilen over 2004 en de begroting 2005 toe. Het advies van de
kascommissie om het
verslag over 2004 goed te keuren werd overgenomen. Vervolgens kwam het
verslag
van de secretaris aan de orde, waarbij alleen de secretaris zelf enkele
kanttekeningen maakte. Bij de bestuursverkiezingen ontving aftredend
penningmeester Loek Boezelijn de erepenning van het Genootschap,
vanwege zijn
langdurige en intensieve werkzaamheden. Hij is opgevolgd door Michiel
Purmer. De
plaats van assessor Jos Benders werd ingenomen door Theo Nissen.
Na de huishoudelijke vergadering
sprak de heer G. Bisselink
(Huis Bergh) over de oorsprong van de heren van Bergh. Tevens bleek hij
een nog
ongepubliceerd document uit 1346 te hebben gevonden, waarin Adam III
van Bergh
de Keulse bisschop bedankt voor (onder meer) het verlenen van het
muntrecht. Na
een korte rondleiding door het kasteel, inclusief muntkabinet, en het
munthuis,
was het tijd voor de lunch. Veel leden maakten van de gelegenheid
gebruik deze
op het terras in het aangename voorjaarszonnetje te genieten.
Na de lunch vervolgde Jos Benders met "The Big Problem of
Small
Change & de Berghse munt in de periode 1386-1450". Daarin betoogde
hij
dat de Berghsemunt
gedurende decennia vooral kleingeld produceerde, vaak gebaseerd op
Gelderse
voorbeelden. Omdat dit relatief duur is om te maken, valt deze keuze
alleen goed
te verklaren doordat deze productie in Gelre werd gedoogd, of mogelijk
zelfs
gestimuleerd. Gedurende dit onderzoek werden de namen van de
muntmeesters "Gaebelen"
(1435) en "Heinrich Covelens" (1442) gevonden. Ons erelid professor
Peter Spufford hield een mooi betoog over muntgebouwen in Europa. Hij
wees erop
dat muntgebouwen pas relatief laat in de middeleeuwen een vaste locatie
kregen.
Zo is in Brabant op grote schaal min of meer permanent gemunt vanaf de
twaalfde
eeuw, maar pas in 1474 werd het eerste permanente muntgebouw ingericht.
De
locatie van de munt was meestal dicht bij of zelfs in het
regeringscentrum, en
in de buurt van commerciële kernen zoals handelsgebouwen, wisselbanken
en
havens.
Na de thee was de zaal wat leger: een aantal leden nam het
weer en de
locatie te baat om te "netwerken" en de omgeving van het kasteel nader
te verkennen. Zij misten een enthousiast betoog van Marcel van der
Beek, die aan
de hand van archiefmateriaal demonstreerde dat de zogenaamde
"pronkdaalders" van Filips II waren bedoeld als emolumenten. Jan van
der Wis sloot het inhoudelijke gedeelte van de bijeenkomst af met een
betoog
over de muntnaam "langrok": eigenlijk heette dit type "flabbe",
maar de negentiende-eeuwse numismaat Feith introduceerde rond 1830 het
woord
"langrok" dat vervolgens klakkeloos door andere numismaten is
overgenomen.
De dag werd
aangenaam afgesloten met een borrel op een
terras en een diner, waaraan ruim dertig leden deelnamen. (verslag Jos Benders)